Jan Sparreboom.

 Henk de Vries en ik moesten voor een klusje naar de reddingsboot ‘Koningin Juliana’ in Hoek van Holland. Het was prachtig technisch weer. Toen wij aan boord van het kleine schip klauterden en ons via een mangat in het achterste gedeelte van de boot wurmden, waar de radio-installatie stond, zagen wij een oude bekende: geleverd en geinstalleerd door RadioHolland. Het karweitje werd snel geklaard. Even verbinding gemaakt met het kantoor in Rotterdam en Scheveningen Radio voor test. Prima output en ontvangst.

Maar de schipper had een probleem; Hij meldde ons, dat de installatie perfect werkte bij mooi weer en gladde zee, maar bij slecht weer en hoge golven vielen de verbindingen vaak weg. Wij werden verzocht te zijner tijd eens mee te gaan als het weer niet zo goed was … Op een vrij winderige dag in juli kwam er een tele-foontje uit Hoek van Holland. De schipper van de reddingsboot verzocht Radio-Holland “die twee te sturen die laatst aan boord waren om mee te gaan naar zee om te zoeken naar de oorzaak van het probleem.” Henk en ik waren beschikbaar, dus gingen we op weg.

Toen wij aankwamen in de Berghaven van Hoek van Holland lag de reddingsboot reeds klaar om te gaan varen. Zelfs in de beschutte haven dolde de boot al als een tierelier. Wij hielden onze buiken in om opnieuw door het mangat te gaan. Dit keer ging het deksel van het mangat, in tegenstelling tot de eerste keer, achter ons dicht. Wij zaten daar in die benauwde ruimte zo goed als opgesloten. Eenmaal buiten de pieren ging het schip te keer en pikte vele keren vele paaltjes. Het gevolg was dat wij beiden binnen de kortste keer zo zeeziek als een hond waren, met aIle bijbehorende verschijnselen. Onze magen keerden zich om en de lucht was na enige tijd niet meer te harden. Dat maakte dat wij ons nog zieker gingen voelen. Ondertussen slaagden wij er op wonderbaarlijke wijze in om de installatie te testen, hoewel de werking ons nauwelijks meer interesseerde. Met glazige blik constateerden wij dat de schipper gelijk had …

Het was ons soms onmogelijk om een verbinding te maken. Hoewel het ons moeite kostte, dwongen wij ons een blik op de antenne ampere meter. Deze toonde ons dat de zender steeds uit de afstemming ging. Snel verlieten wij onze ruimte om aan dek enigszins bij te komen. Wij vervolgden ons onderzoek; het bleek dat de invoer-isolator door overkomend water niet meer als isolator kon werken. De oplossing lag voor de hand: een langere standoff-isolator en een stuk isolatie materiaal op het beginstuk van de antenne monteren. Wij vertelden de schipper de oplossing van het probleem en dit provisorisch op te kunnen lossen, omdat wij geen lange isolator bij ons hadden. De tijdelijke reparatie zouden we na terugkeer in de Berghaven uitvoeren. Want met onze zeeziekte zagen wij het een en ander niet meer zo duidelijk.

Eenmaal terug in de Berghaven wachtte ons nog een leuke verrassing. Ik stapte aan de wal om wat isolatiemateriaal uit de auto te halen. Er was nog al veel publiek toegestroomd om de reddingsboot bin-nen te zien komen. Bij het van boord gaan, kwam er een man uit het publiek. Hij gaf mij een klap in mijn gezicht en een schop tegen mijn zitvlak en snauwde mij toe: “Je moetje schamen, deze mensen wagen hun leven om idioten, zoals jij te redden.”

De man was kennelijk de mening toegedaan dat wij op de pier hadden staan vissen of zo, en dat er door het opkomende water geen terugweg meer was naar de vaste wal. De hilariteit van de bemanning, en, wat erger was, ook van mijn ‘collega’ Henk, was groot. Ik was nog te gammel om een reactie op het gebeuren te geven. Snel plakten wij wat beschermende isolatieband over de isolator, waarna wij afdropen. Na enige dagen werd de modificatie uitgevoerd. En na een geslaagde proefvaart werkte de installatie weer, waarvoor hij aan boord was. Dit maakte mijn prestige bij de bemanning weer enigszins goed.